liefdevolle communicatie

 

Aan de basis van alle geweld ligt het denkpatroon dat er bij een verschil sprake is van goed en fout en dat het “fout-zijn” van de ander of van onszelf gecorrigeerd moet worden.

Deze vorm van exclusief, binair denken leidt tot analyseren, classificeren en diagnosticeren, maar ook tot verwijten en beschuldigen, en uiteindelijk tot conflict, ruzie, geweld en oorlog. Daardoor vervreemden we ons van onze eigen behoeften en van het bewustzijn van onze verantwoordelijkheid voor onze gedachten, gevoelens en behoeften. Dit zit vaak ingebed en verweven in een bepaald taalgebruik. Elke beeldvorming van de realiteit wordt immers “ver-taald”, geconcretiseerd en gerealiseerd in een bepaald taalgebruik. De taal analyseert en reduceert de werkelijkheid tot vooraf bekende of gedefinieerde begrippen. De complexiteit en de oneindige verscheidenheid van de werkelijkheid worden bespreekbaar gemaakt door ze op te vatten als een constructie van benoembare begrippen. Via onze begrippen geven we de veranderlijke wereld een vastheid, een stabiliteit die ze uit zichzelf niet heeft. Onze begrippen zijn als mummies, het zijn statische reducties van de realiteit, die de realiteit in hokjes verdelen en ze zo netjes ordent. Onze begrippen zijn dan ook geen spiegels van de realiteit maar, met de woorden van Nietzsche, manifestaties van onze “wil tot macht”.

Dat is ook het geval als we het over mensen hebben. Datgene wat in een mens herleidbaar is tot algemene begrippen, is echter niet wat hem tot een individu maakt. Het individuele is niet reduceerbaar tot algemene concepten maar is een concept op zichzelf. Het begrijpen van een mens ontstaat niet door hem te ontleden en algemene kenmerken of diagnoses te herkennen, maar door te aanvaarden wat er is. Hoe zorgvuldiger wij bepaalde woorden kunnen kiezen, hoe meer wij bewust kunnen worden van onze eigen individuele gevoelens en behoeften en die van anderen.

 

Bewuste, geweldloze communicatie draagt bij tot het creëren van liefdevolle aandacht en aanwezigheid door ons te concentreren op gevoelens en behoeften die er nu zijn, in plaats van op wat wij denken dat er fout is aan onszelf of aan de anderen. Dat vereist inclusief, complementair denken en aandacht voor de gevoelens en behoeften van onszelf en van de ander, in plaats van het geven van interpretaties, het stellen van diagnosen of het maken van verwijten. Wij hebben allen het vermogen om wezenlijk aanwezig te zijn en bewust te zijn van wat er in onszelf omgaat en er tevens voor de ander te zijn en te luisteren naar de unieke gevoelens en behoeften die op dat moment ervaren worden.

Mogelijke valkuilen zijn: verklaringen zoeken, diagnoses stellen, raad geven of adviseren, en de overtuiging dat wij situaties moeten oplossen en anderen zich beter moeten laten voelen.

 

Het basismodel voor communicatie is: “Ik voel mij ... omdat ik behoefte heb aan ... “ of “Voel jij je ... omdat je behoefte hebt aan ... ?”

 

In sommige situaties kan krachtdadig ingrijpen noodzakelijk zijn. Op zich kan het goede nooit verkregen worden door geweld en het gebruik van macht is dan ook alleen gerechtvaardigd om individuele rechten of het leven te beschermen en ongelukken of onrecht te voorkomen. Dat is beschermende macht die nodig is als mensen uit onwetendheid zichzelf of anderen schade dreigen toe te brengen.

Bestraffende macht is gebaseerd op de veronderstelling dat mensen slecht zijn en door straf en lijden gecorrigeerd moeten worden. In de praktijk leidt straffen vooral tot wrok en vijandigheid in plaats van tot volwassenheid, doelgerichtheid, morele ontwikkeling, interne motivatie en verantwoordelijkheid. Twee keer het kwade leidt immers niet tot het goede en angst voor straf leidt niet tot zelfvertrouwen en mededogen. Bovendien bevestigt dit dat het aanvaardbaar is om geweld te gebruiken bij het omgaan met verschillen en dat je door het gebruik van geweld je zin kan krijgen. Dit soort geweld is in wezen barbaars en onmenselijk en is een terugkeer naar een lagere levensvorm, naar de wet van de jungle die stelt dat de sterkste gelijk heeft. Geweld herleidt de subtiele relaties tussen mensen tot een banale en blinde relatie tussen krachten.  Zelfs de rechtbanken beginnen dit te begrijpen en gaan meer over op sancties bestaande uit werkzaamheden van algemeen nut.

Twee vragen zijn in dit verband belangrijk: “Wat wil ik dat de ander doet?” en “Wat wil ik dat de motivatie van de ander is om dat te doen?”  Willen we een automatische gehoorzaamheid op basis van angst of schuldgevoelens zonder veel bewustzijn, of willen we verantwoordelijkheid en morele inzet op grond van waarden die we belangrijk vinden?

 

 

Het model van geweldloze communicatie veronderstelt dat men:

 

1.    communiceert op basis van waarnemingen i.p.v. meningen en oordelen

Geweldloze communicatie berust op het vermogen zorgvuldig waar te nemen en onderscheid te maken tussen gedragingen en omstandigheden die ons raken en de meningen en (voor)oordelen die daardoor bij ons worden opgeroepen.

Waarnemingen zijn specifieke beschrijvingen van een realiteit die voortdurend veranderlijk is in de tijd en in de context.

Meningen en oordelen zijn voorbarige overtuigingen, cognitieve fixaties, etiketten, d.i. statische algemeenheden en vaak binaire oordelen (zwart/wit-denken) over dingen die onze aandacht trekken. Zij vormen de “kaart” waarmee de realiteit wordt benaderd.

“Mensen wordt het meest bedrogen door hun eigen meningen” zei Leonardo da Vinci en volgens Krishnamurti is waarnemen zonder oordelen de hoogste vorm van menselijke intelligentie.

 

2.    rechtstreeks over gevoelens en behoeften spreekt i.p.v. over (altijd betwistbare) interpretaties en diagnosen

Behoeften liggen aan de basis van de gevoelens, gedachten en gedragingen van de mens. Door Maslow werden de menselijke basisbehoeften ingedeeld in vijf categorieën: fysiologische behoeften, veiligheidsbehoeften, sociale behoeften, egobehoeften en spirituele behoeften. Hoe meer aandacht wij schenken aan onze gevoelens, hoe beter wij aan onze behoeften kunnen voldoen. Behoeften hebben te maken met onszelf en zijn geen automatische verplichting voor anderen.

Gevoelens zijn als controlelampjes die oplichten om aan te geven dat aan bepaalde behoeften niet is voldaan. Zij sporen ons aan iets te ondernemen om aan een behoefte te voldoen, maar zolang wij de behoefte niet geïdentificeerd hebben, kunnen wij ook niets doen om er aan te voldoen. Het verwarrende van de taal is dat het woord “voelen” ook gebruikt kan worden zonder dat daar een echt gevoel mee uitgedrukt wordt maar wel een interpretatie of een beschrijving van wie of wat we denken te zijn of wat wij denken dat onze omgeving over ons denkt of met ons doet. Dit heeft veel meer te maken met onze mentale kaart dan met de ander of met de realiteit.

 

3.    verantwoordelijkheid neemt voor eigen daden, emoties en behoeften

Mensen voelen en handelen altijd vanuit eigen behoeften maar er zijn vele mogelijkheden om verantwoordelijkheid voor eigen daden te ontkennen. Men kan kiezen uit vage onpersoonlijke krachten (“het overkwam mij”, “het moest”, “ik kon niet anders” ...), onze toestand of bepaalde diagnoses (“ik drink omdat ik een alcoholist ben”...), opdrachten van autoriteiten (“omdat ik moest van mijn baas”...), groepsdwang (“het werd van mij verwacht”...), regels en voorschriften (“omdat het de regels van de school zijn”...), sociale rollen of oncontroleerbare imulsen (“ik kon gewoon niet anders”, “het was sterker dan mezelf”, ...). Zelfs als mensen dingen voor anderen lijken te doen, doen ze dat vanuit hun eigen behoefte om iets voor die anderen te doen.

Als wij onze eigen verantwoordelijkheid niet nemen maar integendeel anderen of de omstandigheden de schuld geven, erkennen wij ook onze eigen behoeften niet en vervreemden wij ervan waardoor de kans op vervulling kleiner wordt.

Omgekeerd leidt verantwoordelijkheid nemen voor de gevoelens van anderen tot het accepteren van schuldgevoelens en tot emotionele manipulatie en slavernij, die heel schadelijk zijn voor intieme relaties. Openheid is een waardevoller geschenk aan anderen dan aanpassing.

De bewustwording van emotionele slavernij leidt aanvankelijk vaak tot een reactie van opstandigheid: “Dat is jouw probleem! Sodemieter op!” 

Een verdere ontwikkeling leidt echter naar emotionele emancipatie en vrijheid waarin duidelijk gezegd kan worden wat de eigen behoeften zijn op een manier die laat zien dat er ook zorg is voor de behoeften van anderen.

 

4.    duidelijke verzoeken formuleert in positieve en concrete actietaal.

Verzoeken zijn vragen om wat gewenst is in plaats van vragen om wat niet-gewenst is. Het betekent niet dat de ander dat ook moet doen. De ander blijft even waardevol als hij het niet doet. Het doel van geweldloze communicatie is niet altijd onze zin te krijgen, maar een relatie op te bouwen op basis van mededogen en openheid.

Een weigering persoonlijk opnemen, als een afwijzing zien en zich gekwetst voelen is een gebrek aan aandacht voor de emoties en behoeften van de ander. Door mededogend te reageren kunnen wij de ander helpen meer in contact te komen met de eigen gevoelens en behoeften. Mensen zullen hun gedrag veranderen als zij daar zelf het nut van inzien.

Eisen zijn vragen die gepaard gaan met dwang of mogelijke straffen of sancties.

 

 

 

 

1. Waarneming of oordeel?

 

Onze taal nodigt ons uit om te spreken over stabiliteit en vaste waarden, over overeenkomsten, waarden en normen, over magische veranderingen, eenvoudige problemen en definitieve oplossingen.

Daarentegen is de wereld die wij met deze taal willen beschrijven een wereld van veranderingen, verschillen, processen, functies, relaties, groei, interacties, ontwikkelingen, leerprocessen en complexiteit.

De nooit kloppende verbinding tussen de steeds veranderende wereld en ons relatief statische taalgebruik is in belangrijke mate verantwoordelijk voor vele problemen.

Bovendien is onze beschrijving van de realiteit (onze kaart) steeds gekleurd door persoonlijke (voor)oordelen en overtuigingen evenals door het autobiografische geheugen (de “ervaring”) dat een soort rookgordijn tussen onszelf en de realiteit vormt.

 

Gisteren was Bart zonder reden boos op mij.

“Zonder reden” is geen waarneming maar een oordeel. “Dat Bart boos is” is een oordeel.

Een waarneming zou kunnen zijn: Bart zei mij dat hij boos was.

Gisteravond beet Lea op haar nagels terwijl ze televisie zat te kijken.

Dit is een waarneming zonder oordeel.

Frank vroeg tijdens de vergadering niet naar mijn mening.

Dit is een waarneming zonder oordeel.

Gerard speelde gisteravond weer zijn woordspelletjes en probeerde mij voortdurend op mijn woorden te pakken.

“Woordspelletjes” is geen waarneming maar een oordeel.

“Pakken” is geen waarneming maar een oordeel.

Lucia speelde gister weer haar emotionele spelletjes.

“Emotionele spelletjes” is geen waarneming maar een oordeel.

Mijn vader is een goed mens.

“Een goed mens” is een oordeel.

Een waarneming zou kunnen zijn: mijn vader geeft altijd een tiende van zijn salaris aan liefdadigheid.

Francine werkt te veel.

“Te veel” is een oordeel.

Waarneming: Francine was deze week 60 uur op kantoor.

Harry is agressief.

“Agressief” is een oordeel.

Waarneming: Harry sloeg de deur zo hard dicht dat alle kopjes rammelden.

Tom was deze week iedere dag als eerste op school.

Dit is een waarneming.

Mijn zoon poetst vaak zijn tanden niet.

“Vaak” is geen waarneming maar een oordeel.

Waarneming: mijn zoon poetste deze week tweemaal zijn tanden niet.

Als ik zie hoe jij alles altijd laat slingeren ...

“Alles”, “altijd”, “slingeren” zijn geen waarnemingen maar oordelen.

Luk vertelde me dat ik er goed uitzag in geel.

Dit is een waarneming.

Mijn tante klaagt als we elkaar zien.

“Klagen“ is een oordeel.

Waarneming: mijn tante belde mij twee keer op en praatte over mensen die haar behandeld hadden op een manier die ze niet prettig vond.

 

 

 

2. Gevoel of interpretatie?

 

Gevoelens kunnen uitgedrukt worden door “ik voel mij” of “ik ben”: “ik voel mij geïrriteerd” of “ik ben geïrriteerd”.

Als het woord “voelen” echter gevolgd wordt door “dat”, “zoals”, “alsof”, voornaamwoorden (jij, hij, zij, het), namen of personen, worden over het algemeen geen gevoelens verwoord maar gaat het om interpretaties die doorgaans beter verwoord kunnen worden met “ik heb het idee dat”, “ik vind dat” of “ik denk dat”.

 

Ik voel dat je niet van mij houdt.

“Dat je niet van mij houdt” is geen gevoel (kan niet uitgedrukt worden door “ik ben”) maar een veronderstelling over wat de ander voelt(beter is: “ik heb het idee dat”).

Ik ben verdrietig omdat je weggaat.

Dit is een gevoel.

Ik ben bang als je dat zegt.

Dit is een gevoel.

Als je mij niet omhelst, voel ik mij verwaarloosd.

“Verwaarloosd” is geen gevoel maar een oordeel over wat de ander met ons doet of niet doet.

Ik ben blij dat je kunt komen.

Een gevoel.

Je bent walgelijk.

“Walgelijk” is geen gevoel maar een oordeel over de ander.

Ik zou je wel kunnen slaan.

Geen gevoel maar een mogelijke actie.

Een gevoel zou kunnen zijn: ik voel mij woedend.

Ik voel mij verkeerd begrepen (verraden, verlaten, gemanipuleerd, afgewezen...).

“Verkeerd begrepen” (en de andere uitdrukkingen) is geen gevoel maar een oordeel over de ander.

Ik voel mij goed over wat jij voor mij deed.

Een gevoel.

Ik voel mij waardeloos.

“Waardeloos” is geen gevoel maar een oordeel.

 

 

 

3. Erkenning van behoeften en van verantwoordelijkheid voor gevoelens

 

De meesten onder ons hebben nooit geleerd om te denken in termen van behoeften. Als onze behoeften niet worden ingevuld, hebben wij de gewoonte te denken in termen van wat er mis is met anderen. Wij uiten behoeften meestal onrechtstreeks in de vorm van kritiek op anderen: “jij begrijpt mij nooit!” is een onrechtstreeks uiting van de behoefte aan begrip. Dergelijke uitingen leiden evenwel tot weerstand en ontkenning en verminderen de kans dat de behoefte vervuld zal worden.

Als mensen rechtstreeks naar hun gevoelens en behoeften verwijzen in plaats van naar wat er fout is met de ander, worden de mogelijkheden om aan ieders behoeften tegemoet te komen sterk vergroot.

 

Je irriteert me als je je spullen zo laat slingeren.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften.

Jij hebt deze week elke avond laat gewerkt, je houdt meer van je werk dan van mij!

Onrechtstreekse uiting van behoefte aan aandacht. Leidt vrijwel zeker tot ruzie met nog minder kans op het vervullen van de behoefte!

Ik voel me boos omdat ik behoefte heb aan respect en ik jouw woorden hoor als een belediging.

Deze spreker neemt verantwoordelijkheid voor de eigen gevoelens.

Ik voel mij gefrustreerd als jij te laat komt.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor de eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. ik wil kunnen vertrouwen op gemaakte afspraken).

Ik voel mij verdrietig omdat je niet komt eten want ik hoopte dat we de avond samen zouden doorbrengen.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor de eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. ik wil kunnen vertrouwen op gemaakte afspraken).

Ik voel mij teleurgesteld omdat jij zei dat je het zou doen en je deed het niet.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor de eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. ik wil kunnen vertrouwen op gemaakte afspraken).

Ik ben ontmoedigd omdat ik verder had willen zijn met mijn werk dan ik nu ben.

De spreker neemt verantwoordelijkheid voor de eigen gevoelens.

Kleine dingen die mensen zeggen, doen me soms pijn.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. soms zeggen mensen dingen waardoor ik mij gekwetst voel omdat ik behoefte heb aan respect).

Ik voel me blij omdat jij die prijs hebt gekregen.

De spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. ... omdat ik hoopte dat je erkenning zou krijgen voor al het werk dat je in het project heb gestoken).

Ik ben bang als jij je stem verheft.

Deze spreker stelt het gedrag van de ander verantwoordelijk voor zijn eigen gevoelens en neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid vanuit de eigen behoeften (bijv. ... omdat ik dan denk dat je misschien gekwetst bent en ik er behoefte aan heb te weten dat wij allemaal veilig zijn).

Ik ben dankbaar dat jij me een lift aanbood omdat ik er behoefte aan had tijdig thuis te zijn.

Deze spreker neemt verantwoordelijkheid voor de eigen gevoelens.

 

 

 

4. Duidelijk verzoek in concrete actietaal

 

Duidelijk vragen om wat concreet gewenst is in plaats van vragen wat niet-gewenst is.

 

Ik wil dat je me beter begrijpt.

“Begrijpen” is geen duidelijk verzoek.

Ik zou graag willen dat je me één ding vertelt dat ik heb gedaan en dat je op prijs stelde.

Dit is een duidelijk verzoek.

Ik zou graag willen dat je meer vertrouwen in jezelf zou stellen.

Geen duidelijk verzoek: “meer vertrouwen” is geen duidelijke concrete actietaal.

Ik wil dat je stopt met drinken.

Negatief verzoek: drukt alleen uit wat men NIET wenst.

Ik zou willen dat je meer affectie toonde.

Geen duidelijk verzoek.

Duidelijk verzoek: ik zou willen dat je me omhelst als je binnenkomt.

Ik wil graag dat je me met rust laat.

Geen duidelijk verzoek tot concrete actie.

Ik zou graag willen dat je eerlijk tegen me bent.

Geen duidelijk verzoek tot concrete actie.

Ik wil graag dat je niet meer dan de maximumsnelheid rijdt.

Duidelijk verzoek.

Ik zou je graag beter willen leren kennen.

Geen duidelijk verzoek tot concrete actie.

Beter zou zijn: Wil je één keer per week met mij gaan lunchen?

Ik zou graag zien dat je meer respect toont voor mijn privacy.

Geen duidelijk verzoek tot concrete actie.

Beter zou zijn: Wil je voortaan aankloppen vóór je mijn kantoor binnenkomt?

Ik zou willen dat je vaker voor het avondeten zou zorgen.

“Vaker” is geen duidelijk verzoek.

Beter zou zijn: Ik wil graag dat jij iedere maandagavond kookt.