Bewustzijn voor beginners

 

Bewustzijn voor beginners

 

Gelukkig-zijn en ongelukkig-zijn komen alleen bij de mens voor en hebben alles te maken met het wonderlijke vermogen van het bewust-zijn.

 

Het bewustzijn is wat ons essentieel verschillend maakt van andere vormen van leven zoals dieren en planten. De evolutie van het leven kan inderdaad gezien worden als een proces met trappen of niveaus van toenemend bewustzijn en derhalve van toenemende vrijheid. Bewustzijn leidt immers tot de bevrijding van onze energie uit aangeboren, onveranderlijke, automatische gedragspatronen en maakt doelgericht en bewust gedrag mogelijk. De mens heeft een grotere vrijheid dan een dier, dat meer vrijheid heeft dan een plant, die op zijn beurt meer vrijheid heeft dan een steen.

Daardoor ondergaat de mens niet alleen de externe omstandigheden zoals een plant of een dier, hij onderneemt ook, hij leeft doelbewust. Het bewustzijn is die instantie die voortdurend toekijkt op onszelf en op wat we doen en die ook voortdurend vragen stelt: wat de dingen betekenen, of wat we doen wel goed is, of we wel goed genoeg zijn…

 

Het bewustzijn wordt in de loop van het leven geleidelijk opgebouwd, ingericht en bewoond. Het kan enigszins vergeleken worden met het geleidelijk inrichten en bewonen van een huis met een gelijkvloers, twee verdiepingen en een penthouse.

 

 

 

 

Het Huis van Bewustzijn: benedenverdieping

 

 

 

 

De benedenverdieping is als ons lichaam.

 

De benedenverdieping is essentieel en draagt alle andere verdiepingen. Het is langs de benedenverdieping dat wij in contact kunnen komen met het leven buiten ons en dat we gasten kunnen ontvangen.

 

Het lichaam is essentieel voor alle menselijke functies. Wie aandacht heeft voor het lichaam, merkt al meteen dat het lichaam zonder meer een wonder op zich is. Het levert zonder bewuste inspanning op ieder moment verbijsterende prestaties. Het lichaam beschikt inderdaad over een biologische intelligentie, d.i. een aangeboren, ingebedde kennis die tijdens miljoenen jaren van evolutie geduldig werd ontwikkeld en verfijnd. Het lichaam ‘weet’ bijv. precies hoe het moet ademhalen, hoe het cellen en weefsels moet opbouwen, hoe het de bloeddruk en de hartslag op peil moet houden, hoe het rechtop moet lopen zonder te vallen, hoe het zich moet voortplanten, enz. Daartoe hoeven we helemaal niets bewust te doen. Zo hoeven we ons geen zorgen te maken over het gebruik van de juiste zenuwen en spieren als we een trap oplopen, het lichaam doet dat volkomen autonoom en uit zichzelf.

De grootste hoeveelheid kennis zit opgeslagen in ons genetisch materiaal. Hoewel we deze kennis niet rechtstreeks, van binnenuit kunnen kennen, geven we ze toch door aan de volgende generatie, als een boek dat we kopiëren en doorgeven zonder het zelf te kunnen lezen.

 

Ons lichaam is ook essentieel voor het contact met anderen en met de wereld. Zonder lichaam zouden we niet in de wereld kunnen zijn. Als we ons lichaam goed onderhouden en goed voeden, kunnen we er dan ook heel wat plezier aan beleven…

 

 

 

 

Het Huis van Bewustzijn: eerste verdieping

 

 

 

De eerste verdieping is de plaats van de emoties. Emoties zijn aangeboren en ingeprogrammeerde patronen die essentieel zijn voor onze overleving. Het zijn reactiepatronen op gebeurtenissen.

Deze reactiepatronen zijn in de loop van de evolutie ontwikkeld en zorgvuldig verfijnd ten behoeve van onze overleving. Bij dieren reageren emoties uitsluitend op gebeurtenissen in de onmiddellijke buitenwereld. Daardoor hebben dieren slechts een zeer beperkte vrijheid en zijn zij altijd gebonden aan en afhankelijk van hun onmiddellijke omgeving. De mens heeft door zijn bewustzijn echter een grotere vrijheid en onafhankelijkheid en kan zich ook een virtuele wereld voorstellen en indenken. Bij de mens zijn de beelden uit de binnenwereld (d.w.z. in het denken, de verbeelding, zie de 2e verdieping) doorgaans zelfs veel belangrijker dan de beelden uit de buitenwereld. De emoties maken echter geen onderscheid tussen beelden uit de buitenwereld en beelden uit de binnenwereld. Dat heeft als gevolg dat mensen heel gemakkelijk emoties kunnen hebben die alleen betrekking hebben op gebeurtenissen die uitsluitend in hun verbeelding bestaan. Zo kunnen mensen zich gemakkelijk angstig maken over een toekomst die er nog niet is, of zich kwaad maken over een verleden dat er lang niet meer is …

 

Volgens Joseph Ledoux, auteur van de meest recente en vrij algemeen aanvaarde theorie over emoties, kunnen emoties beschouwd worden als urgentieprocedures. Zij reageren altijd op wat hier en nu aanwezig is en kunnen levensreddend zijn, maar zijn niet zeer verfijnd en nauwkeurig. Het cognitieve systeem (zie de 2e verdieping) werkt langzamer maar gebruikt daartoe een groter, evolutionair recenter ontwikkeld deel van de hersenen (de prefrontale cortex) waardoor de kans op een juiste inschatting groter wordt. Jongeren reageren hoofdzakelijk emotioneel. De ontwikkeling van het cognitieve systeem gaat inderdaad door tot op volwassen leeftijd. In bepaalde perioden in de geschiedenis werd meer de nadruk gelegd op een doordacht, overwogen leven met sturing door het denken, in andere (bijv. de romantiek) meer op emoties.

 

Emotionele intelligentie heeft te maken met het (her)kennen en begrijpen van emoties (angst, woede, verdriet, blijdschap…) van onszelf en van anderen, met empathie en met sociale vaardigheden. Men spreekt van EQ.

 

Onze emotionele intelligentie maakt gebruik van de biologische intelligentie. Als we bijv. om emotionele redenen iemand een dienst willen bewijzen, dan zorgt de biologische intelligentie ervoor dat de nodige zenuwsignalen naar de juiste spieren worden gestuurd, zodat we dat inderdaad ook kunnen doen zonder dat wij ons zorgen hoeven te maken over hoe dat juist in zijn werk gaat. 

De biologische intelligentie is dus een dienaar van de emotionele intelligentie.

 

 

 

 

Het Huis van Bewustzijn: tweede verdieping

 

 

 

 

Op de tweede verdieping bevindt zich de studeerkamer en de bibliotheek. Het is de plaats van onze gedachten en van onze rede. Ook denken is essentieel voor onze overleving. Het is onze mentale intelligentie.

Mentale intelligentie, meestal kortweg intelligentie of IQ genaamd, is de bewuste intelligentie die de biologische en emotionele intelligenties overstijgt en die de basis is voor onze menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid. Een dier is beperkt tot reageren op de onmiddellijk aanwezige omgeving. De mens heeft bovendien de wonderlijke vrijheid een virtuele, ingebeelde omgeving te kunnen creëren. Hij kan zich immers dingen inbeelden die er niet zijn. Deze grotere vrijheid is de basis van creativiteit. Het is deze intelligentie die ons in staat stelt te analyseren, logisch en abstract te denken, taal te gebruiken, te visualiseren, conclusies te trekken en creatieve oplossingen te bedenken. Het is de rationele, cognitieve functie van de mens. In tegenstelling tot emoties die aangeboren zijn, vereist deze cognitieve intelligentie een rijpingsproces dat zich voortzet tot op volwassen leeftijd.  Deze intelligentie maakt dan ook dat wij ons als mens gedragen en niet als een dier, dat deze vrijheid immers niet heeft. Het is de intelligentie die de mens tot een bewust en ethisch wezen maakt. Het is onze ethische dimensie.

 

Een oordeelkundig en bedachtzaam gebruik van de rede is geen pretbederver van de emoties maar maakt, in tegendeel, juist een grotere beleving van emoties mogelijk, net zoals een dirigent geen pretbederver is maar noodzakelijk is om tot een harmonisch geheel te komen. Vrijheid zonder de sturende invloed van de rede is geen vrijheid maar oeverloze chaos.

 

Mentale intelligentie staat dus op een hoger niveau en geeft van daaruit sturing en leiding aan de biologische en de emotionele intelligentie. Ook hier weten wij niet hoe dat precies in zijn werk gaat. Het volstaat evenwel dat wij in ons bewustzijn gewoonweg een intentie formuleren (‘Ik ga nu eens een vriendelijk antwoord geven!’) en de uitvoering volgt als vanzelf. Ons lichaam en onze emoties volgen immers altijd onze intenties. Het zijn onze trouwe dienaren, die altijd klaar staan en die wij daarom ook moeten respecteren en waarderen.

 

De mentale intelligentie probeert voortdurend de omgeving aan te passen aan onze behoeften, dingen ‘onder controle’ te houden, onze agenda te bepalen en ons op mogelijke gevaren te wijzen door ons voortdurend gedachten en beelden voor te houden van wat er allemaal verkeerd zou kunnen gaan. Dat zijn geen ‘negatieve gedachten die ons achtervolgen’, dat is gewoon onze mentale intelligentie die ons op mogelijke gevaren wil voorbereiden. Onze mentale intelligentie is immers voortdurend bezorgd voor tekort aan materiële voorzieningen, aan affectie, aan liefde, aan erkenning, aan welzijn, enz. Onze emoties reageren daarop met angst, ‘zich niet goed voelen’, schuldgevoelens of andere emoties die een rem op het leven zetten.

Ook problemen met zelfrespect zijn afkomstig uit ons denken, dat vaak gekleurd is door vroegere ervaringen. Daarbij zien we vaak alleen onze tekortkomingen en blazen die tot buitensporige proporties op, terwijl we onze goede eigenschappen vanzelfsprekend vinden of niet eens opmerken. Een gering gevoel van eigenwaarde berust dus op een onjuiste opvatting en een vertekening van de werkelijkheid. In hun grote ijver om ons te dienen, kunnen onze trouwe dienaren het ons ook wel eens behoorlijk moeilijk maken.

 

Onze mentale intelligentie houdt ook liever een gekende toestand in stand dan een onbekende (en mogelijk gevaarlijke) toestand te moeten onderzoeken en kan daarbij vaak heel overtuigend overkomen door twijfel te zaaien op grond van ervaringen uit het verleden (‘Je weet toch dat dat niet werkt!’, ‘Dat is niets voor jou!’,  ‘Doe nu maar gewoon!’). Het vasthouden aan bekende patronen (bijv. de verbeelding van ‘wie je bent’ of ‘hoe je in elkaar zit’) en het vermijden van onbekende patronen zijn strategieën van de mentale intelligentie. Mensen denken vaak liever in termen van ‘roots’ dan van ‘vleugels’. Dat is het verschijnsel van psychische weerstand tegen nieuwe en onbekende omstandigheden. Men kan dan makkelijk in de val trappen van dat andere idee van de mentale intelligentie, namelijk dat we die weerstand, die gevoelens of die angst eerst moeten ‘overwinnen’, ‘onder controle krijgen’ of ‘opruimen’.

 

De sociale context zal dat veelal bevestigen want ook anderen vinden het vaak niet leuk als je verandert. Rationalisaties, vermijdingsgedrag en obstructie kunnen vele vormen aannemen! Het is nochtans eenvoudig deze patronen te leren herkennen, onze mentale intelligentie gewoon te bedanken voor de moeite, de aangeboden informatie te overwegen, en dan een keuze te maken of we desondanks al dan niet in de ingeslagen weg verder willen gaan. Daartoe hebben we spirituele intelligentie nodig want onze mentale intelligentie zal ons proberen voor te houden dat dit veel te moeilijk, onmogelijk, onmenselijk of zelfs gevaarlijk is…

 

 

 

 

Het Huis van Bewustzijn: penthouse

 

 

 

 

Het penthouse is de plaats van het hogere bewustzijn. Het is een plaats met een terras, een tuin, een sauna, een jacuzzi, maar ook met een wijds uitzicht op de omgeving, met veel ramen, met veel licht en zon, met contact met de kosmos, met het grotere geheel …  Het is het hoogste niveau van menselijk bewustzijn en, derhalve, menselijke vrijheid. Het is de plaats waar we ons altijd kunnen terugtrekken om rustig te zijn, om toeschouwer te zijn op het soms woelige gebeuren op de lagere verdiepingen, op de eindeloze stroom van denken, oordelen en zich goed of slecht voelen, op het voortdurend trekken aan en duwen tegen de realiteit, op het emotionele marionet-gedrag dat in de westerse psychologie het neurotische gedrag wordt genoemd en dat in het boeddhisme met de term ‘samsara’ wordt aangeduid, en dat de bron van alle lijden is.

 

We stellen ons daarbij als vanzelfsprekend voor dat onze gedachten en gevoelens op de ene of de andere manier van ‘ons’ zijn. Bij nader onderzoek blijken we nochtans alleen maar te kunnen gadeslaan wat er in onze geest opkomt. Onze geest is zowel het toneel van evolutionair archaïsche emotionele en cognitieve processen als van nieuwe, creatieve processen. We blijken onze ‘geest’ al evenmin te kennen als ons lichaam. Het ‘ik’ blijkt niet meer te zijn dan een naam voor de (virtuele) plaats waar het denken en voelen geacht wordt plaats te vinden. Het is een constructie van ons denken. Het ‘ik’ is een even vluchtig patroon als een fontein die alleen maar blijft ‘bestaan’ omdat ze voortdurend door nieuw water wordt gevoed. Het geloof dat we onze gedachten zelf ‘denken’ is zelf niet meer dan een gedachte waarin we geloven en die ons doet geloven dat we afgezonderd zijn van de anderen en van het grotere geheel. Uit dit uiterst beperkte en ego-gerichte perspectief van het lagere bewustzijn (het ego) kunnen we alleen maar ontsnappen door vanuit het hogere bewustzijn steeds meer toeschouwer te worden op ons lichaam, onze behoeften, onze emoties en ons denken, om aldus steeds meer te beseffen wat we niet zijn.

 

Dit hogere bewustzijn is bij iedereen altijd aanwezig als mogelijkheid, maar velen weten het gewoonweg niet en zoeken het geluk dan ook elders (in bezittingen, status, ervaringen of prestaties). Deze onwetendheid is volgens het boeddhisme overigens één van de oorzaken van lijden. De eeuwenoude, traditionele manier om zich naar het penthouse te begeven, is het beoefenen van meditatie. Meditatie is alleen maar leren op elk ogenblik met volledige aandacht aanwezig te zijn bij al wat zich voordoet in het lichaam, bij alle emoties en bij alle gedachten, met volledige aanvaarding, zonder te beoordelen of iets te willen veranderen. Het is een oefening in innerlijk zwijgen om het mysterie te kunnen ervaren waarvan we zelf deel uitmaken, het mysterie in de ruimte van niet-weten tussen, achter en onder al ons vermeende weten. Het is een toestand van mindfulness. Jon Kabat-Zinn beschrijft mindfulness als een pan waarin we al onze gevoelens langzaam gaar en meer verteerbaar kunnen laten worden. Alle culturen hebben vormen van meditatie en van mindfulness ontwikkeld om innerlijke rust en geluk te vinden. Het maakt niet uit of dit zittend of staand of lopend gebeurt, alleen de innerlijke gerichtheid is belangrijk. Meditatie is het voeden en gezond houden van onze geest, en dat is net zo nodig als het dagelijks voeden en gezond houden van ons lichaam…

 

Het hogere bewustzijn is de plaats van wijsheid en spirituele intelligentie. Het is het einde van het lijden. Het is de plaats van het besef van “verlichting”, van vreugde, van de lach van de Boeddha. Het hogere bewustzijn is essentieel voor ons geluk. De boeddhistische visie op geluk sluit naadloos aan bij de westerse visie, in die zin dat zij verder gaat waar de westerse visie ophoudt. De westerse, probleemgerichte psychologie en psychotherapie probeert enige orde en rust te brengen in de wereld van het ego, in de eindeloze stroom van denken en voelen (de samsara). Zo probeert de cognitieve therapie negatieve, zogenaamd disfunctionele gedachten te vervangen door meer positieve, rationele, functionele gedachten. Dat blijkt inderdaad tot aanzienlijk meer kwaliteit van het leven te leiden. Deze westerse benadering is er evenwel één van activisme, van optreden, van ingaan tegen, van reguleren en controleren. Zij blijft in een logica van strijd en verzet. Maar oorlog verklaren aan de oorlog, is nog altijd oorlog. De boeddhistische benadering is in dat opzicht veel pacifistischer en doet een radicale stap naar een logica van vrede door op een hoger bewustzijn te gaan leven, als het ware uit de stroom van gebeurtenissen en gewaarwordingen te stappen en gewoon waarnemer te worden van de stroom.  Vanuit die positie kunnen we het denken en het voelen gewoon laten zijn, net zoals we ons lichaam gewoon kunnen laten zijn, zonder er slaaf of slachtoffer van te zijn.

 

Spirituele intelligentie leidt tot bewustzijn van en daardoor bevrijding uit de beklemming van het enge, emotiegerichte en contingentiegestuurde ego-denken. Het is onze spirituele intelligentie die de hogere emotie van geluk mogelijk maakt. Spirituele intelligentie is immers de plaats in onszelf waar we tot het bewustzijn kunnen komen dat we altijd heel en compleet zijn, dat niets uit de buitenwereld ons heler kan maken dan we al zijn, dat we dus niets “nodig” hebben. Het is een bewustzijn van overvloed, van waaruit echte liefde mogelijk is.  Echte liefde en mededogen berusten immers op een bewustzijn van overvloed van waaruit echte aandacht voor de ander mogelijk is, en niet op een bewustzijn van tekort. De angst voor tekort en de verwachting dat anderen aan onze behoeften zullen voldoen, hebben niets met liefde te maken maar met angst en behoeftigheid.

 

Spirituele intelligentie of SQ heeft te maken met de eeuwenoude vragen van de mens: Wie ben ik? Waar ben ik mee bezig? Waarom is wat ik doe belangrijk? Wie wordt daar beter van? Het zijn vragen naar de zin van het bestaan als uiting van het diepe verlangen naar verbinding met iets groters en hogers dan ons ego, ons eigen persoontje, ons eigen huisje. Dit is de hoogste en voor de mens belangrijkste intelligentie, die leiding en richting moet geven aan de drie andere intelligenties. Spirituele intelligentie maakt het mogelijk een zinvol leven te leiden door ons leven in de juiste richting te sturen. Spirituele intelligentie is dus de hoogste intelligentie en heeft te maken met de functie van leiderschap over het eigen leven, d.i. met het bepalen van waarden en richting. De andere intelligenties hebben te maken met management, d.i. het bepalen van concrete doelen om in de gekozen richting verder te gaan.

 

In tegenstelling tot mentale intelligentie, die een rationele, kritische functie is gericht op afstandelijkheid, analyse en onderzoek, is spirituele intelligentie een hogere ervaringsfunctie, die gericht is op aanwezigheid, aandacht en verbinding. Spiritualiteit is de ervaring van verbondenheid met het wonder van het leven, en het steeds meer leren zien van dit wonder in alle aspecten van het leven, ook in die aspecten die doorgaans als ‘niet goed’, ‘kwaad’ of ‘slecht’ worden bestempeld. Het is inzien dat wij deel uitmaken van een universum dat bestaat uit structuren, organismen, cellen, moleculen, atomen en elementaire deeltjes die allemaal hun best doen om zo goed mogelijk te zijn (er zijn geen goede of slechte atomen of moleculen…). Het universum is op elk moment zo volmaakt als het kan zijn. Het mysterie en de schoonheid van de natuur, van het leven, van de kosmos, is te allen tijde om ons heen en in ons. De waarneming daarvan geeft ons grote vreugde, maar dat wordt vaak pas achteraf of bij afwezigheid beseft. Het gewone, ‘normale’ verloop van de dingen is geen voorpaginanieuws in ons bewustzijn. Het verdwijnt achter de sluier van de onopmerkzaamheid. Alleen pijn, angst of verlies maken ons dan wakker uit ons automatisch handelen en onze onopmerkzaamheid.

 

Geluk is de hogere ervaring die wij kunnen kennen als wij gaan beseffen dat het op zichzelf al een wonder en een geschenk is getuige te mogen zijn van het wonder en het mysterie van het zich ontvouwende leven waarvan we zelf deel uitmaken. Dat leidt allerminst tot ongevoeligheid en onverschilligheid, maar tot dankbaarheid en vreugde. Wie die vreugde ervaart, wil ze graag met anderen delen. Geluk zet ons als vanzelf aan in de goede richting te gaan, de goede waarden na te streven, ‘het goede’ te doen, een beter mens te worden… Dat kan vele vormen aannemen. De eenvoudigste en voor ieder bereikbare vorm van ‘het goede’ doen, is de liefdevolle benadering van de medemens.  Andere vormen van ‘het goede’ doen zijn bijdragen aan de wetenschap, de samenleving, de zorg voor het milieu of de kunst.