bewustzijn

 

De mens kan gezien worden als een complex systeem met verschillende subsystemen op verschillende niveau's, gaande van louter reageren op de omwereld tot een actief, spiritueel ageren en sturen op basis van een visie.

De verschillende niveau's interageren en beïnvloeden elkaar als een ecologisch systeem.

Elke niveau is gekenmerkt door nieuwe, emergente eigenschappen en denkkaders die niet begrepen kunnen worden uit de lagere niveau's. Zo kan de mens met name niet begrepen worden uit de eigenschappen van cellen, neurotransmitters, hormonen of spieren.

Op elk niveau is er een spectrum van mogelijke cognitieve stijlen of denkstijlen, met als belangrijkste het onderscheid tussen probleemgericht of oplossingsgericht denken.

Persoonlijkheidstypen (Jung, Myers-Briggs, Enneagram, e.a.), karakter, aard, enz. zijn patronen van vaardigheden, overtuigingen, waarden en denkstijlen.

Zonder inzicht in de structuur en de inhoud van het bewustzijn, wordt de mens bepaald door de programmering die hij ondergaan heeft. Bewustwording biedt mogelijkheden tot verandering.

Blijvende verandering gebeurt van bovenaf. Een blijvende verandering op een bepaald niveau is niet mogelijk zonder verandering op een hogergelegen niveau. Zo is bijv. assertiviteit veel meer dan een aantal gedragsregeltjes en om te stoppen met roken (een gedrag) heeft men geen nicorettes, patches of Zyban nodig (een ander gedrag) maar een verandering op het niveau van overtuigingen, waarden of identiteit.

Onwelzijn heeft te maken met dissonantie, lijden, conflict en oorlog tussen de verschillende niveau's, waardoor een aanzienlijke hoeveelheid energie en aandacht kan worden opgeslorpt, die dan niet meer beschikbaar is voor meer productieve bezigheden. Lijden en oorlog leidt tot vernauwing van het bewustzijn, tot klein denken en tot overschakelen op overlevingsmodus.

Welzijn heeft te maken met resonantie, congruentie, synergie en flow tussen de verschillende niveau's. Daardoor is alle psychische energie en concentratie beschikbaar voor productieve activiteiten en interacties met anderen, voor groter denken, voor verruiming van het bewustzijn en voor een leven van kwaliteit.

 

 

 

 

Probleemdenken - Disempowerment

Oplossingsdenken - Empowerment

6. Hoogste niveau: Visie - Spiritualiteit

Wat wij denken over de zin van het leven.

 

Geen idee!

Daar kan ik mij nu niet mee bezig houden.

Dat is niets voor mij.

Daar heb ik geen tijd voor.

Geen sociaal, filosofisch, wetenschappelijk of existentieel project.

 

Visionair denken in een zo groot mogelijk denkkader: een sterke existentiële visie is een strategische en motivationele focus en een bron van inspiratie, sturing en kracht voor het leven van elke dag.

Wat is het doel van mijn leven? Waartoe dient het dat ik leef? Waar wil ik met mijn leven naartoe, hoe kan ik tot het leven bijdragen en wat wil ik nalaten?

 

5. Identiteit - Missie

Wat wij denken over wie wij zijn en wat wij te doen hebben.

 

Geen idee!

Ik ben iemand die alleen maar hoopt er het beste van te maken en toch een beetje gelukkig te zullen worden ...

Neurotische vragen: Ben ik wel goed genoeg? Mag ik er wel zijn? Word ik wel aanvaard?

 

 

Ik ben iemand die voortdurend in wording is en die kan leren uit de interactie met de omwereld. Ik voel mij goed omdat ik leef.

Ik ben iemand die altijd geluk kan creëren.

Ik ben goed genoeg.

4. Waarden

Wat wij belangrijk vinden.

 

Elementaire waarden binnen een beperkt en egogericht denkkader: lichamelijke gewaarwordingen (eten, slapen, temperatuur...) en genoegdoeningen, bezits- en prestatiewaarden, status ...

Angst om tekort te hebben.

Minimalisme: alleen doen wat moet.

 

 

Doordachte, existentiële waarden, gericht op het leven en op de samenleving.

Mededogen, positieve uitstraling

Creativiteit, leren

Synergie: bijdragen tot het leven

 

3. Overtuigingen -Regels

Weerspiegeling van ons wereldmodel. Onze persoonlijke mythologie. Wat wij voor waar houden over onszelf en over de wereld.

Wat "moet" en "mag"...

 

 

Ontkrachtende overtuigingen:

Ik heb geen zin in...

Het stoort mij dat...

Ik kan er niet tegen dat...

Ik kan niet aanvaarden dat...

Ik wil niet... Ik kan niet... Ik durf niet...

Ik kan dat niet want...

Ik ben beperkt door...

Ik heb geen keuze...

Je moet toch...  Je mag niet...

De meeste mensen...

Kijk maar uit want...

Je zal nog wel ondervinden dat...

Je wordt toch beperkt door...

Dat zal toch wel heel moeilijk zijn...

Het is toch normaal dat...

Ik heb nodig, ik moet hebben...

Ik moet kunnen doen...

Je/men/ik kan toch niet gelukkig zijn als...

(Excuusziekte)

 

 

Bekrachtigende overtuigingen:

1.     Elk persoon is uniek.

2.     Iedereen maakt de beste keuze die hij/zij op dat ogenblik kan maken. Op dat ogenblik was er geen betere keuze.

3.     Er zijn geen mislukkingen, alleen feedback en leermomenten. Het leven presenteert de lessen die nog geleerd moeten worden.

4.     Achter elk gedrag zit een positieve intentie.

5.     Communicatie (management, onderwijs, opvoeding) gaat over effecten.

6.     Voor elk probleem is er een oplossing.

7.     Lichaam en geest zijn onderdeel van hetzelfde systeem.

8.     Wij hebben alle bronnen die we nodig hebben. De mens kan altijd geluk en intensiteit creëren.

9.     Flexibiliteit in denken en gedrag leidt tot groei. Als iemand iets kan, dan kan ik dat ook leren.

10.  Kennis, gedachten, geheugen, emoties en verbeelding zijn het gevolg van combinaties van verwerking en opslag van informatie.

 

2. Vaardigheden

Vaardigheden zijn complexe gehelen van gedragingen.

 

Vaardigheid om kwaadheid, ongelukkig zijn en beperkt denken in stand te houden, te rechtvaardigen en te verontschuldigen.

Weinig ontwikkeld inzicht, elementaire communicatie, agressie i.p.v. assertiviteit, weinig verfijnde emoties.

 

 

Vaardigheid om in alles een mogelijkheid tot leren en groeien te zien.

Vaardigheid om het universum toestemming te geven te zijn zoals het is.

Inzicht, communicatie, assertiviteit, creativiteit, emotionele intelligentie...

 

1. Gedrag - Emoties

Onze actie of reactie op de omgeving.

 

Reactief, instinctief gedrag: slachtoffergedrag, klagen, kwaadheid, wraakgevoelens ...

Agressie, pesten, emotionele chantage, moraliseren, beschuldigen van anderen ...

Dramatische, negatieve woorden (erg, afschuwelijk, vreselijk...), metaforen (wapenen, vechten, verdedigen, strijd, oorlog) en lichaamstaal (kwaadheid, stress...).

Drinken, roken, drugsgebruik ...

 

 

Pro-actief, nieuwsgierig, oplossingsgericht

Positieve woorden, metaforen (dans, feest) en lichaamstaal inspireren het denken.

Positieve ingesteldheid

Vriendelijkheid, rust, sereniteit

Ik voel mij goed omdat ik leef.

0. Eerste niveau: omgeving - context

De biotoop waarin wij leven en evolueren.

 

De wereld en de mensen zijn vijandig.

Ik ben slachtoffer van de omgeving, van de gebeurtenissen en van "het systeem".

 

 

De wereld is zo volmaakt als zij nu kan zijn. Mensen doen zo goed als zij nu kunnen.

 

 

 

 

Kijk naar onderstaande lijst en noem de kleuren (NIET de woorden!)

 

 

 

Verklaring:

De rechter hersenhelft probeert de kleur te zeggen.

De linker hersenhelft wil het woord zelf lezen.